Voor eerdere diensten klik hier:

Eerste overgangszondag 7 november 2021 in de Lutherse kerk te  Leerdam
Zondag gewijd aan Willibrordus, apostel der Nederlanden. 


Organist: Ina Mostert

Voorbereiding

Stilte

Praeludium (voorspel) bewerking over het lied “Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw” afgewisseld met Andantino uit de Sonate Opus 39  voor orgel J.C.F. Rellstab, 1790.

Mededelingen: (en aansteken van de kaarsen)


Votum (oproep)
Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest
Amen

Adiutorium (bemoediging)
Onze Hulp is in de Naam van de Heer   
die hemel en aarde gemaakt heeft.      

Confiteor (schuldbelijdenis)

Wij vragen U:
Heer vergeef ons al wat wij misdeden.

En laat ons weer in vrede leven.
Amen.

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Introïtus
Antifoon  711c Allen



Psalm: 85a: 1 en 4 (Willem en Jakkenanna zingen voor, refrein Allen)


Waarheid en trouw zullen elkaar ontmoeten. 
Vrede en recht gaan samen, hand in hand. 
God baant voor ons de weg en geeft het goede, 
de vijgenboom zal bloeien in het land. 
A: Nu mag Uw land onder Uw glimlach liggen, 
de oude schulden hebt Gij uitgewist. 

Nogmaals allen de Antifoon:

Kyrië en Gloria
Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,  
maar laten dan ook  wij Zijn Naam prijzen,  
omdat wij weten dat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!  

Dienst van het Woord
Salutatio (groet)

Zondagsgebed
Eeuwige, goede God, die ons Willibrord hebt gebracht van over de zee, 
om ons het Evangelie te verkondigen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, 
leid ons allen in diezelfde Geest die Jezus èn Willibrord vervulde, 
op weg naar de Toekomst die ons is beloofd, door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.


Schriftlezingen:

Eerdere Testament: Jesaja 48: 1 - 11

Deze lezing speelt tegen het eind van de Babylonische Ballingschap in de 6e eeuw voor Christus.
Maar… het eind is nog niet in zicht voor de ballingen. Deutero-Jesaja, hoofdstuk 40-55, de tweede profeet met de naam Jesaja dus, kondigt nu namens de Heilige de komende val van Babel aan. GodZèlf zal een verlosser laten opstaan, en dat is de Pers Cyrus, die in 538 Babel inneemt en de Joden vrij zal laten. Maar de profeet moet het volk nog wel onder de neus wrijven waaróm ze daar in ballingschap zijn.
In de hoop dat ze anders gaan leven.

1 “Luister hiernaar, volk van Jakob,

dat de naam Israël mag dragen, dat uit Juda’s bron is voortgekomen, dat zweert bij de Naam van de HEER en de God van Israël aanroept, maar onwaarachtig en onoprecht.

    2 Je noemt jezelf naar de heilige stad

en je steunt op de God van Israël, wiens Naam is HEER van de hemelse machten.

    3 Lang geleden kondigde Ik aan wat nog stond te gebeuren,

Ik heb het uitgesproken, Ik heb het laten horen. Onverwachts bracht Ik die gebeurtenissen tot stand.

    4 Omdat Ik weet dat je onhandelbaar bent

– je nek hard als ijzer, je voorhoofd van brons –

    5 heb Ik het je van tevoren aangekondigd,

voordat het gebeurde liet Ik het horen, opdat je niet zou zeggen: ‘Dat hebben mijn goden gedaan. Dat is gebeurd op bevel van mijn beelden.’  

    6 Je hebt het gehoord, je kunt het allemaal zien – waarom laat je dat niet blijken?

  Vanaf nu laat Ik je nieuwe dingen horen: wat nog verborgen is en jou onbekend.

    7 Nu pas zijn ze geschapen, niet eerder,

nog nooit heb je iets dergelijks gehoord, zodat je niet kunt zeggen: ‘Dat wist ik allang.’

    8 Niets heb je hiervan gehoord of geweten,

deze dingen zijn je niet eerder ter ore gekomen. Ik weet hoe onbetrouwbaar je bent, een geboren zondaar word je genoemd.

    9 Omwille van Mijn Naam houd Ik Mijn woede in toom,

omwille van Mijn eer zal Ik me inhouden en je niet ten onder laten gaan.

    10 Zie, Ik zal je louteren, maar niet als zilver,

in de smeltoven van de ellende zal Ik je beproeven.

    11 Omwille van Mijzelf doe Ik dit, omwille van Mijzelf,

want hoe zou Mijn Naam ontwijd kunnen worden! Ik deel Mijn majesteit niet met een ander!” Tot hiertoe de lezing.     

We zingen Gods lof.

Gradualepsalm103e

V: Hij vergeeft je alle schuld, 
Hij geneest al het leed dat je lijdt; 
je leven koopt Hij vrij van het graf, 
Hij omringt je met liefde en goedheid.

De Heer is barmhartig en genadig, 
geduldig is Hij en groot is Zijn liefde. 
Hij behandelt ons niet naar onze zonden, 
Hij vergeldt ons niet naar onze schuld. 
  
Zoals een vader van zijn kinderen houdt, 
zo houdt Hij van allen die Hem aanbidden.   

De liefde van de Heer duurt eeuwig voor wie Hem aanbidden.


Epistellezing: Hebreeën 9:11 – 14 
Voorafgaand: de beschrijving van de
Tabernakel in de woestijn, (Voorhof, het Heilige (het eerste deel van de tent) en het Allerheiligste, waar alleen de Hogepriester eens per jaar binnen mag komen om te offeren voor de zonden van het volk en ze zo af te kopen voor dat jaar, nadat hij eerst voor zijn eigen zonden geofferd heeft) en een beschrijving van het eerdere Verbond dat, door de belofte en later de komst van het nieuwe Verbond in Christus, verouderd is geworden.
Nu is er een nieuwe situatie, met een nieuwe Hogepriester, die Zelf perfect is… En dat is:

11
Christus, die is aangetreden als Hogepriester van al het goede dat gebeurd is: Hij die (heenging) door een indrukwekkender en volmaakter Tabernakelniet door mensenhanden gemaakt en niet behorend tot onze schepping – (Hij) die 
12 niet door het
bloed van bokken en jonge stieren, maar door Zijn eigen bloed, voor eens en altijd het Heiligdom (het Allerheiligste) is binnen gegaan, (en Zich daar) een eeuwige afkoopsom verwierf. 
13 Want als zij die
onrein zijn al worden gereinigd en geheiligd, wanneer ze besprenkeld worden met het bloed van bokken en stieren of bestrooid met de as van een vaars (jonge koe),
14 hoeveel
effectiever zal dan het bloed van Christus, die zichzelf dankzij de eeuwige Geest aan God heeft kunnen opdragen als offer zonder smet, ons geweten dan wel niet reinigen van dodelijke daden, (en het heiligen) voor de dienst aan de levende God?

Tot hiertoe de lezing.

Allen gaan staan  
Psalmwoord: Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen, zo liefdevol is de Heer voor wie Hem vrezen. Psalm 103:13 Halleluja!

 

Lied: 714 Allen

    2 dat ik spreek in taal, 
dat ik U verhaal, 
God zij dank,

3 dat ik licht ontvang,
naar de zon verlang, 
God zij dank,  

    4 dat het water vloeit, 
het raakt nooit vermoeid,
God zij dank,

    5 dat mijn adem is
in de duisternis,
God zij dank,

6 dat de mensen zijn
als bokalen wijn,
God zij dank,

Gesproken:
7 dat de dood eens komt,
en het lied verstomt,
zwaar valt het,

Gezongen
8 dat de morgen daagt
die de liefde waagt,
God zij dank.

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij:Marcus 12: 28 – 34
Het loopt tegen het eind van Jezus’ optreden in Jeruzalem. De geestelijke overheid probeert Hem via allerlei trucjes onderuit te halen, en dingen te laten doen en zeggen, waardoor ze Hem gevangen kunnen laten nemen door de Romeinen, of door hun eigen garde.
Het lukt hen niet. De Heer is ze te slim af.

28 Een van de Schriftgeleerden die naar hen geluisterd had terwijl ze discussieerden, en gemerkt had dat Hij hun correct had geantwoord, kwam dichterbij en vroeg: ‘Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod?
29 Jezus antwoordde: “Het voornaamste is: ‘Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer;
30 heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.’
31 En daarna komt dit: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’  
Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.”

32 De Schriftgeleerde zei tegen Hem: ‘Inderdaad, Meester, wat U zegt is waar: Hij alleen is God en er is geen andere god dan Hij,
33 en Hem liefhebben met heel ons hart en met heel ons inzicht en met heel onze kracht, en onze naaste liefhebben als onszelf, betekent veel meer dan alle brandoffers en andere offers.’

34 Jezus vond dat hij verstandig had geantwoord en zei tegen hem: “U bent niet ver van het koninkrijk van God.”     
En niemand durfde Hem nog een vraag te stellen.
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo
In antwoord op Gods woord willen wij ons geloof belijden door samen te zingen: lied 825: 1, 9, 10


9 Hij die rechtvaardig was en stil droeg wat Hem was beschoren,
die stierf, en zie Hij leeft, Hij wil ook in ons zijn herboren.
Ons leven is in het geding: tot onze val en opstanding
heeft God Hem uitverkoren.

10  Hoor dan de stem van Christus, die uit aller heren landen
u tot Zich roept, hoort Hem, voor wie de dood zelfs werd te schande:
bekeert u, die nog spot en lacht, de grote dag, de grote nacht,
het oordeel is ophanden.
Allen gaan zitten.

Preek
Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve gemeente,

We hoorden het: onze eerste opdracht in het leven is: luisteren!
Eerst luisteren naar onze ouders, vanzelfsprekend. Maar dan ook:
luisteren naar Gods woorden. Naar al het goede dat de Heer ons geeft in woorden van mensen, het zingen van vogels, muziek in onze ziel
Er is zoveel moois en goeds om ons heen!
Woensdag was het de Dankdag voor het Gewas, Dankdag voor al Gods goede gaven.
En dat is veel meer dan wat we mogen eten en drinken, dan gezondheid en onderwijs, rijkdom op allerlei gebied. Ook familie en vrienden, ook deze gemeente, die ons met elkaar verbindt, zijn een Godsgeschenk, waar we diep dankbaar voor mogen zijn.
Mét natuurlijk ook de opdracht om zelf iemand te zijn waar de anderen dankbaar voor kunnen wezen.
J
Luisteren en goed kijken, dat is een vorm van aandacht voor de ander, voor de Schepper, en voor heel de schepping.

Onze eerste lezing begon al met: Luister hiernaar!
En we hoorden Jezus ook al zeggen dat het belangrijkste voor al Zijn toehoorders was: Luisteren.
 Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer;
heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.’
En daarna komt: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ 
Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.”
Zo zei Hij het. Dat gold voor hen, dat geldt voor ons.
Het Sjema Jisraeel, Hoor Israël, in de nieuwe vertaling: Luister Israël, is de zin waarmee de Eeuwige Zijn volk in de woestijn herschept.
Zoals Hij ooit onze wereld schiep met het zeggen van: “Er zij licht”, - en er wàs licht -, zo schept Hij nu uit de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jacob een nieuw volk, met de opdracht te luisteren.
Door hen te laten weten Wie en Wat ZHij is.
Een Persoon met een Naam. Geen stom beeld, geen afbeelding van iets of iemand uit de omgeving, van een Idee, maar Iemand die vooraf ging aan al het geschapene.
Iemand om een relatie mee aan te gaan.
Over en weer. Dat geldt dan voor heel het volk.

Maar in de lezing van Jesaja die we hoorden, wordt niet heel het volk aangesproken, maar iedereen van het volk persoonlijk. De leden van het volk van Jacob.
Waarom volk van Jacob?
Omdat Jacob betekende: bedrieger, hielenlichter.
Pas veel later kreeg hij de geuzennaam Israël.
In dit geval is ‘volk van Jacobgeen compliment, en dat horen we dan ook uit het vervolg.
Geboren zondaars en oplichters.
Het zal je gezegd worden!

Maar toch… Toch is er de belofte dat er een verlossing komt, dat de Aanwezige al bezig is een keer te brengen in de situatie. Van buiten af. Onverwacht.
Ze kunnen zich nog niet voorstellen hoe dat gaat gebeuren. Waarschijnlijk hebben ze de naam van Cyrus, een Perzische generaal, nog nooit gehoord.
Onvoorstelbaar dat die, dat iemand het grote Babel zal veroveren.
En toch… Toch is het gebeurd.

De Ene, de Enige die Zich met recht en reden God mag noemen, Schepper van Hemel en aarde, van het Heelal, gaat ons voorstellingsvermogen vér te boven.
Misschien nog wel meer nu we zoveel prachtige foto’s van verre sterrenstelsels kunnen zien via de NASA.

Wie kan zich voorstellen dat deze grote, machtige, eindeloze Persoon die dat allemaal in de Hand houdt, de eigen Toekomst op het spel zal zetten om in een nietig mensenkind ons leven te delen, en te laten zien dat het mógelijk is om te leven zoals van ouds de bedoeling was.
Maar in Jezus gebeurde dat. En doordat Hij dat kwetsbare leven hier durfde op te geven, werd ook aan ons Leven voor altijd geschonken.
Adonai bleek de Levende, door de dood heen. Sterker dan kwaad en afgunst, sterker dan de dood zelfs.

In die tijd werd in de tempel van Jeruzalem een uitgebreid systeem van liturgie, van offers, van eredienst aan de Allerhoogste in stand gehouden.

Er was geen tent meer, de Tabernakel was al voor de tweede (of derde) keer vervangen door een stenen tempel, met een voorhof, dan een Heilige ruimte daarvan afgescheiden met een groot gordijn, een voorhangsel, een Heilige Ruimte dus waar de priesters dienst deden, en daarachter een Allerheiligste, waar een keer per jaar de Hogepriester kwam om te offeren voor het hele volk, maar pas nadat hij voor zijn eigen zonden had geofferd, en zo kon hij hen vrij kopen.
Daar werd ook die éne keer de Heilige Naam uitgesproken, waarmee de Ene Zich bij het brandende braambos bekend had gemaakt.
Daar is Adonai dan aanwezig. GodZelf.

Een hoogstheilig gebeuren.
Een hoogstheilig uur, waarin alle gelovigen de adem zullen inhouden, en heel stil zijn…

De schrijver van de brief aan de Hebreeën ként dat, en hij weet ook dat de lezers dat kennen… dat ze zich de tocht van de Hogepriester naar en door het Heilige en naar het Allerheiligste kunnen voorstellen.
En de opluchting, als hij weer buitenkomt, en de zegen uitspreekt. Het nieuwe begin. Ieder jaar weer.
Zolang de tempel staat.

Jezus is 33 als Hij op het kruis sterft.
We lezen dat het voorhangsel scheurt op het moment dat Hij de Geest geeft, dat Hij het leven teruggeeft. Dan kun je vanaf de voorhof zomaar binnenkijken in het Heilige! Ongehoord!

33 jaar later wordt de tempel grondig verwoest door de Romeinen. Geen tempel meer, geen Allerheiligste, geen God die Aanwezig is, al is het een moment…
Vreselijk! Een ramp.

Maar hier is troost voor hen die de brief voorgelezen krijgen, die werkelijk durven luisteren.
Jezus is de eeuwige Hogepriester, Hij die weer en nog steeds leeft, en nog steeds dienst doet in de Aanwezigheid van de Heiligste Heer van Hemel en aarde.
Zijn
bloed heeft allen die geloven voor altijd vrijgekocht. Ook U en mij. Voor eens en voor altijd.
We mogen nadenken over onze zonden en tekortkomingen, en ons daarover schamen, vragen om vergeving aan allen die wij tekort hebben gedaan.
Dat is goed. Dat hoort zo. We zijn zondaars.
Maar we mogen ook opgelucht weten dat we vrijgesproken zijn. Dat God genadig is, en dat we rechtvaardig verklaard zijn.
Simul justus ac peccator, zei Luther. (Hij sprak Latijn.) Maar eerst rechtvaardig verklaard, en ja, dan mogen we weten dat we van huis uit zondaars zijn.
En er iets aan doen.
Luisteren en weten dat het in het leven draait om de Ene. Zoals Jezus al zei:
“Het voornaamste is: ‘Luister! De Heer, onze God, is de enige Heer;
heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.’
En daarna komt dit: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’
Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.”
Dat zei Jezus.
Het betekent óók dat wij van onszelf moeten houden om onze naaste lief te kunnen hebben. Goed om te bedenken!

Als wij vandaag en elke dag, elke morgen, elke avond daarbij stilstaan, deze woorden bedenken en tegen onszelf zeggen, zijn we op de goede weg, de Weg van Jezus, en dan zijn we heel dicht bij het Koninkrijk Gods.
De Heilige Geest zal ons in alles leiden en beschermen als we daarom vragen. Altijd en overal.
Amen!


Muziek
: Trio uit de Suite en Si Bémol van Michel Corette 1787.
 
Dienst van gaven en gebeden

Alles wat wij hebben, hebben wij van God gekregen,
om  door  te geven, om te delen met velen,
     en er zo dubbel van te genieten.

Ook nu en hier kunnen we gestalte geven aan dat delen: want ook dat hoort bij onze dienst aan God. 
Straks doen we dat bij de uitgang in de
Collecte
       1. Voor de Zending
       2. Voor het werk in de eigen gemeente

Na het gebed over de gaven zingen wij: lied 796

Gebed over de gaven

Lieve God, wij danken U voor wat U ons allemaal gegeven hebt. Wij geven U vaak maar zo weinig terug. We vergeten vaak dat het allemaal van U komt.
Daarom willen we allereerst dank
U zeggen voor al Uw goede gaven; en wat wij verder geven, hier in deze collecte, en ook straks weer op andere manieren, wilt U dat alstUblieft zegenen.
Wilt
U er mee werken, zodat het voor mensen die er mee te maken krijgen, hoe dan ook, een bron van goedheid is.
Door
Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Lied 796: 1 (J+W) 2 en 3 allen

A. Geef mij dat ik van harte zeer
mijn vijand mag vergeven,
zoals Gij mij vergeeft, o Heer,
en geeft aan mij het leven.
Uw woord zij onderweg mijn spijs,
om zo mijn ziel te voeden,
mij te hoeden
op weg naar 't paradijs.
Geleidt Gij mij ten goede.

Laat Heer van U geen lust, geen pijn
mij in de wereld scheiden
dat ik in 't einde sterk mag zijn,
mij door Uw hand laat leiden
en gaan met U het leven in,
dat ik door U zal erven
en verwerven.
Het einde is begin.
Gij redt ons van het sterven.

Voorbeden
Laten we danken en bidden:
Genadige God, wij danken U voor Uw genade, Uw vergeving, door Jezus, die leefde en werkte in Uw Heilige Geest, Jezus die Zijn leven voor ons over had, die is gestorven en opgestaan, en die nu in Uw eeuwige Heerlijkheid als onze Hogepriester voor altijd de losprijs voor onze zonden heeft betaald, zodat wij vol vertrouwen naar U mogen opzien, en U mogen aanspreken met Vader! Wij danken U voor mensen als Willibrord die het Evangelie brachten en brengen in onze wereld. Zegen het werk van de zending!
Schenk hen en ook ons Uw Heilige Geest, dat Zij ons dag aan dag en in de nacht van ons bestaan, leidt en beschermt, onze gebeden bij U brengt, en Uw woorden in ons hart legt.
Wij bidden U: Heer, ontferm U.

Schepper en behoeder, wij danken U voor alles waarmee wij zijn gezegend. Velen hier hebben het heel goed. Anderen minder.
Help ons om te zien naar hen, die tekort komen.
Wij maken ons grote zorgen om het klimaat, om de manier waarop wij en anderen omgaan met Uw goede Schepping, en we bidden voor al die mensen die in Glasgow spreken en luisteren. Zegen hen die daar beslissingen moeten nemen, en zegen hen ook als ze die beslissingen in hun eigen landen moeten verdedigen en doorzetten. Wij zijn vaak hardnekkig, en we hebben dikwijls een plaat voor ons hoofd.
L
Help ook ons om zuinig te zijn met energie, met grondstoffen, met levens van mensen en dieren, help ons te delen en te geven waar dat nodig is, waar dat kan.
Wij bidden U: Heer, ontferm U.

Koning van ons leven, God in Heerlijkheid, wij bidden U voor onze regering. Voor de regering die demissionair is maar wel beslissingen moet nemen, en voor de regering die eraan komt. Geef al die mensen wijsheid, help hen luisteren met Uw Hart, kijken met Uw liefdevolle ogen, spreken in de Geest van Jezus, en geef ons allen weer respect voor onze overheid.
Wij bidden U: Heer, ontferm U.

Goede God die ons liefhebt, wij danken U voor Uw genade, voor Uw aandacht voor ons.
Leer ons luisteren, wek onze liefde, voor U, voor Uw schepping, voor al Uw kinderen.
Wij bidden U voor al de vluchtelingen, en voor al de mensen in de zorg, voor de zieken, voor de vele mensen die Covid hebben, maar ook voor al die mensen die langer moeten wachten op een ingreep. We bidden U voor de zieken in ons eigen omgeving, en in onze gemeente. We bidden voor haar die af moest bellen om erge hoofdpijn. Heel haar, Heer.
Dank U dat mevrouw Boekelman weer wat opknapt, ze was nog niet fit genoeg om hier te zijn, maar ze is hier in gedachten, en wij zijn in onze gebeden bij haar en bij al die mensen die hier nu niet zijn, om welke reden dan ook.
Wij bidden U: Heer, ontferm U.

Onze Vader
Met Jezus die het ons leerde, zeggen we samen:

A: Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals wij vergeven onze schuldenaren
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!
 

Slotlied
: 912: 1, 2, 6 (Allen)


Neem mijn handen, maak ze sterk,
trouw en vaardig tot Uw werk.
Maak dat ik mijn voeten zet
op de wegen van Uw wet.

Neem mijn zonden en mijn schuld
in 't beleid van uw geduld.
Maak dat ik, opstandig kind,
steeds de weg tot U hervind.

Na de zegen zingen we, in plaats van het ‘Amen’, lied 985

Zegen:
De Heer die ons voorgaat door alle moeilijkheden van het leven,
die ons lijden heeft gedragen,
die onze dood heeft ondergaan en overwonnen,
draagt Uw leven in Zijn handen.
Hij is de weg die U gaat,
Hij is de waarheid die eeuwig leven geeft.
† Zo zegent U God,
de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

Lied 985

2. Heilig, heilig, heilig, maker van de sterren,
zonnen en manen en heel het firmament!
Heilig, heilig, heilig, mateloze ruimte,
machten en krachten, maak Zijn naam bekend!

3. Heilig, heilig, heilig, bron van alle leven,
bloemen en bomen en al wat adem heeft!
Heilig, heilig, heilig, Vader van ons allen,
Eerste en Laatste, U dankt al wat leeft!

Orgelspel: Ga met God en Hij zal met je zijn.
Collecte
Voor de Zending en voor het werk in de eigen gemeente.