Zondag Gaudete 13 december 2009 Lutherse kerk te Heusden
Organist: Hans van Rossum
Voorganger: G.A. Voerman - van Haselen

Orde van Dienst
Voorbereiding            (Paaskaars brandt al bij aanvang van de dienst)

Orgelspel

Introïtus

Binnenkomst ambtsdragers

Moment van Stilte

Mededelingen en welkom. Dit eindigt met:
Na het aansteken van de altaarkaarsen zingen wij uit de bundel Tussentijds nummer 3.
De kaarsen worden aangestoken en de voorganger krijgt een hand.

Gemeente gaat staan

Introïtuslied: Tussentijds 3. Hier is de plaats, waar God ons wil ontmoeten... Hier mogen wij elkaar als mens ontmoeten
...

Voorg.: Wij zijn samengekomen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest
Gem.: Amen

Voorg.: Genade zij u en Vrede van God onze Vader
                        en van Jezus Christus onze Heer.
Gem.:  Amen

Bemoediging:
Voorg.: Onze Hulp is in de naam van de Heer
Gem.:  Die Hemel en aarde gemaakt heeft”
Gemeente gaat zitten

Gebed van toenadering
Voorg.: Almachtige God,voor U liggen alle harten open, alle verlangens zijn U bekend en geen geheim is voor U verborgen.

Gebedsstilte

Zuiver de overleggingen van ons hart door de ingeving van Uw heilige Geest, zodat wij U van harte liefhebben en grootmaken Uw heilige Naam.
Gem.: Amen

Ontferming en Genadeverkondiging
           
Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Kyriëgebed:
           
Voorg.: Laten wij de Heer om ontferming aanroepen voor de nood van de wereld, want die is groot en brengt ons in verlegenheid...

Heer, telkens weer overvalt ons een gevoel van hulpeloosheid bij het leed dat ons treft, 
in eigen leven en in dat van anderen.
Soms heel dichtbij, soms zo onbereikbaar ver weg, dat we menen niets voor hen te kunnen doen.
Wij leggen onze zorgen en frustraties hier bij U neer.

Open ons de ogen en de harten voor wat we wel kunnen, en vind mensen die helpen waar wij dat niet kunnen. U, die Zelf in alle nood en dood met ons mee gaat, leer ons vertrouwen dat U juist daar aanwezig bent waar U voor ons verborgen en onzichtbaar bent, zoals broeder Maarten ons voorhield.

Kyrië: Heer, ontferm U!


In de Paarse tijd geen Gloria. Daarvoor in de plaats de Tien Woorden.
God spreekt ons stuk voor stuk aan, en zegt:

Ik ben de Aanwezige, jullie God
Ik bevrijd je van angst en knechting,
wees dan vrij, en laat je niet knechten door wat je verafgoodt aan bezit en idealen,
laat het genoeg zijn dat Ik er voor je ben.
Spreek over Mij met liefde en respect,
gebruik Mijn Naam niet zonder nadenken,
en niet voor je eigen doelen.
Ik gaf je een dag van vrijheid, houd die dan in ere!
Zes dagen ben je in dienst van jezelf en elkaar,
maar de zevende dag ben je vrij voor Mij.
Een dag van rust, voor jezelf, je gezin, je gasten en je land, je dieren en je knechten om op adem te komen,
om de Heer, je God te loven.
Eer je vader en je moeder, dan zul je het goed hebben en leven.
Sla niemand dood,
zeg niets dat je niet kunt verantwoorden,
heb respect voor relaties en
wens en neem niet wat je niet toekomt.

Dan zul je vrede hebben!

Dienst van het Woord

Lied om verlichting door de Heilige Geest bij de opening van het woord: Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft... tt 205: 3 = GvL 473: 3 = Lied 942
 

Lezing uit het Oude Testament: Zefanja 3: 14-20

De profeet Zefanja, een oudere tijdgenoot van Jeremia, trad op in Juda tussen de jaren 640 en 620 v.Chr. Hij is de enige profeet van wie een geslachtslijst wordt vermeld. Misschien om aan te tonen dat Zefanja van zuiver Joodse afkomst was, en dus recht van spreken had.
De boodschap van Zefanja bevat hoofdzakelijk onheilswoorden, zoals aangekondigd in het motto van v. 2: `Alles zal Ik van de aardbodem wegvagen.' Alleen op het einde vinden we woorden van heil en troost (3,9-20). De onheilswoorden overheersen. De rode draad in zijn profetieën is de `dag van de HEER', die nabij is en snel nadert. God zal dan de zonde, die in wezen hoogmoed is, op verschrikkelijke wijze straffen. Dit thema wordt door Zefanja breed uitgewerkt. Het boek is opgebouwd uit: De
dag van de Heer, 1:2 – 2:3,
Profetie over de volkeren rondom Israël, 2:4 – 2:15.
Oordeel over Jeruzalem, de trouweloze stad. 3:1 – 3:8
Maar God is trouw en brengt een keer in de situatie van alle volkeren, en dus ook in die van Israël, en daarom is er in alle ontreddering toch de belofte die we nu gaan lezen:
14. Roep het uit van vreugde, meisje Sion,
schreeuwt het uit, Israël,
wees blij en geniet van ganser harte, meisje Jeruzalem!
15. Weggedaan heeft de Aanwezige het oordeel dat over je is uitgesproken,
weggedaan heeft Hij je ergste vijand.
Koning over Israël is de Aanwezige,
(Hij is) in je midden,
je hoeft geen kwaad meer te vrezen.
16. Op die dag zal men zeggen tot Jeruzalem:
Wees maar niet bang, Sion,
laat je handen er niet bij bungelen…
17. De Aanwezige, je God, is in je midden:
een held die bevrijding brengt,
Hij viert feest over je met blijdschap;
Hij staat stil bij Zijn liefde,
Hij danst van vreugde om jou
en roept het uit van vreugde!

18. ‘Hen die de gemeente Gods verdrukken heb Ik van je weggehaald,
een last waren ze voor je, een klap in het gezicht.
19. Kijk, hier ben Ik, Ik die in deze tijd (al) zorg voor al jullie zingen, want Ik heb de kreupele bijgestaan en de verdre-vene teruggehaald, en Ik heb ze tot een loflied gemaakt, en hun schande op heel de aarde tot een (goede) naam.
20. In deze tijd leid Ik jullie, ja in de tijd dat Ik jullie terug breng, nu Ik jullie een goede naam verschaf en jullie een loflied maak voor alle volkeren der aarde, nu Ik voor jullie ogen jullie gevangenen terug breng, zegt de Heer.

Laten we dan met Israël dat loflied zingen
:
Psalm 113


Epistellezing, Filippenzen 4: 4 – 9 NB

4  Verheugt u in de Heer, altijd;
nog eens zal ik zeggen: verheugt u!
5  Laat uw vriendelijkheid bekend worden
aan alle mensen.
De Heer is nabij.
6  Weest over niets bezorgd,-
nee, laten in alles, in aanbidding èn smeking
met dankzegging
uw vragen bekend worden bij God.

7  En de vrede van God,
die alle denken te boven gaat,
zal uw harten en uw gedachten
bewaren in Christus Jezus.

8  Voor het overige, broeders-en-zusters,
al wat waarachtig is,
al wat eerbiedwaardig is,
al wat rechtvaardig is,
al wat ongerept is,
al wat liefelijk is,
al wat welluidend is,-
als er enige deugd is,
als iets lof verdient,
overweegt dàt;

9  wat ge ook hebt geleerd
en aangenomen en gehoord en gezien
in de omgang met mij,
brengt dàt in praktijk;
en de God van de vrede zal met u zijn.

De bijbel houdt ons voor: Baan voor de Heer een weg in de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God! Halleluja

Gemeente gaat staan

Evangelielezing: Lucas 3: 7 – 18
Johannes de Doper is bij de Jordaan. Hij roept de mensen op om anders te gaan leven, en om als teken daarvan gedoopt te worden, om als nieuwe, reine  mensen met nieuwe kansen het leven tegemoet te treden. Hij is een grote hit, een waanzinnig succes. Hij is daar niet blij mee.
7. Toen zei hij tegen de menigten die toestroomden om door Hem gedoopt te worden: ‘Stelletje adders dat jullie zijn! Wie heeft jullie op het idee gebracht de toorn die ophanden is te ontvluchten?
8. Brengen jullie dan nu vruchten voort die de bekering waardig zijn! en zeg niet tegen elkaar: ‘Wij hebben Abraham als vader’… want Ik zeg jullie dat God in staat is Abraham uit deze stenen kinderen te verwekken!
9. Maar de bijl ligt al bij de wortel van de bomen
welnu, elke boom die geen goede vrucht draagt,
wordt omgehakt en in het vuur gegooid.’
10. En de menigten vroegen hem uit, en zeiden:
‘Wat zouden we dan kunnen doen?’
11. Hij gaf antwoord en zei tegen ze: “wie twee hemden heeft moet meedelen aan wie er geen heeft.
En wie voedsel heeft moet net zo doen.
12. Nu kwamen er ook belastingambtenaren om gedoopt te worden, en ze zeiden tegen hem:
‘Meester, wat zouden wij dan kunnen doen?’
13. Hij nu, hij zei tegen ze:
‘Pers niets meer af dan wat jullie bevolen is.’
14. En ook mensen in krijgsdienst vroegen hem uit,
en zeiden: ‘En wat zouden wij dan kunnen doen?’
Wel, hij zei tegen ze: ‘Mishandel niemand om ze uit te schudden en chanteer niemand met je leugens, maar wees tevreden met je soldij.’
15. Maar, omdat het volk daarbij vol gespannen verwachting was, en ze in hun harten allemaal piekerden over Johannes, of hij misschien toch niet de Christus was…
16. nam Johannes het woord en zei hij tegen hen allemaal: ‘Ik doop jullie dan wel met water, maar Hij die machtiger is dan ik komt er aan, Hij van wie ik het niet eens waard ben het riempje van Zijn sandaal los te maken… Hij zal jullie dopen in Heilige Geest en Vuur!
17. Hij die de wan in de hand heeft om Zijn dorsvloer grondig te reinigen, en om Zijn graan in de bergplaats bij elkaar te brengen, maar het kaf zal Hij verbranden met onvergankelijk vuur.
18. En ook op veel andere manieren spoorde hij het volk aan en bracht hij het de goede tijding.
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!

Gemeente gaat zitten

Ons lied is gezang 118, beide verzen: Op U, mijn Heiland, blijf ik hopen. Want Hij komt. Hij ís er al, ook als we het niet zien. Daarom zingen we tegen de wereld in, en ons zingen is bidden… = Lied 442



Preek
Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve Lutheranen,
Verheugt U! Gaudete!
Midden in de tijd van inkeer en nadenken over onze rol in deze wereld, met het zicht op het komend koninkrijk, midden in deze Adventstijd dus, is er een roze zondag.
Vandaar de roze bloemen op een paars altaarkleed.
Deze zondag is door de Christelijke Homobeweging ook geadopteerd als hun speciale zondag. Een zondag waarop ze er meer dan anders mogen zijn zoals ze zijn.
Er bij horen. En toch Gay zijn: blij, verheugd...
Verheugt U.
Hier kan dat tenminste nog… God dank!
Maar dat is inderdaad niet de reden waarom deze roze zondag Gaudete heet.
De naam van de zondag wordt in de kerkelijke traditie ontleend aan de antifoon, die in dit geval gelijk is aan het eerste vers van onze epistellezing: 
Verheugt u in de Heer, altijd;
nog eens zal ik zeggen: verheugt u!

Er zullen heel wat mensen zijn die denken: wàt ‘verheugt U’? Bankcrisis, energiecrisis, geloofscrisis, het is allemaal crisis en ellende in onze wereld, in ons land, in mijn eigen leven… en anders wel in dat van mensen om me heen
Dat kan niet ontkend worden.

En toch is er in de bijbel altijd weer die spanning tussen onze beleving van de dingen, en de manier waarop God die beleeft.
Waar wij geen gat meer zien, waar alles duister is voor ons, daar zegt God: vertrouw maar, Ik ben al voor je bezig. Ik ben je liederen al aan het componeren, Ik ben al in je midden als een held die bevrijdt, ook al ben jij Mij ontrouw geweest, Ik maak nieuwe openingen.
Ik maak dingen mogelijk, die jij zelf niet kunt bedenken.
Zo heeft Zefanja het mogen verwoorden, nadat hij de mensen de wacht heeft aangezegd.
Inderdaad, de bijl ligt aan de wortel.
De grote wegvoering is ophanden.
Maar de terugkeer is ook al voorzien.
Die is al in gang gezet, wonderlijk is dat…

Wij mogen er op vertrouwen dat er geen ellende is die ons overkomt, ook al is het onze eigen domme schuld, zonder dat God aan een oplossing werkt.
Want we gaan God ter harte.
Ieder van ons persoonlijk.

Dat is ook het grote verschil tussen het Jodendom en het Christendom en in beginsel ook het daarvan afgeleide Islamitische geloof, en de andere godsdiensten: wij hebben te maken met een God die om ons geeft.
Recent stond er een boekbespreking in Trouw van een Fransman die over keizer Constantijn had geschreven.
Hij heeft de vele brieven die deze keizer, die Christen werd na een visioen en het Christendom tot staatsgodsdienst had verheven, bestudeerd, en hij is, hoewel zelf niet gelovig, tot de conclusie gekomen dat Constantijn voor het Christendom koos, omdat dàt de beste godsdienst was in zijn ogen. De band van liefde tussen God en mensen en tussen de mensen en God is uniek. De goden van zijn tijd zijn onverschillig, ze verhoren misschien wel gebeden, maar dat is een kwestie van willekeur. De mensen gaan hun niet ter harte. Daarmee haalt de schrijver de theorie onderuit dat Constantijn het Christendom had ingeschakeld als bindmiddel voor zijn rijk uit puur technische motieven.
Goed, dat was even een zijweg, maar wel een die laat zien waar het in de bijbel om gaat.
Je ziet ook hoe Johannes in de evangelielezing moppert op de mensen die hij ziet als de aanstichters van de maatschappelijke en godsdienstige ellende, door hun hoogmoed en verwatenheid, want eigenlijk vindt hij dat ze de toorn van God maar moeten ondergaan. Ze moeten maar op de blaren zitten. Maar als God ze wil vergeven zal hij zich daar niet tegen verzetten.
En gewillig geeft hij antwoord, als de mensen vragen hoe hun nieuwe leven er dan in de practijk uit moet zien. Leven zoals God dat van ons verwacht, hoe doe je dat? Hoe laat je zien dat het je ernst is? Je kunt je niet iedere dag laten dopen. Je moet ook verder.
En Johannes zegt heel practisch: als je twee hemden hebt, geef er een weg aan wie er geen heeft. Heb je eten in je voorraadkast, geef dat dan aan de voedselbank hier, dan komt het wel terecht waar het nodig is.
De belastinggaarder pachtte een wijk waar hij de belasting hief, er stond vast wat de opbrengst voor de Staat moest zijn, officieel stond ook vast hoeveel hij voor zichzelf mocht houden, maar in de practijk persten ze de mensen heel wat meer af. Die konden zich toch niet verweren tegen deze practijken. En de soldaten in een vreemd land, ach, die hielden nog wel eens iemand een mes tegen de keel, of ze gaven eens wat klappen om de mensen in bezet gebied aan te moedigen hun soldij wat op te hogen. Niet doen, zegt Johannes. Wees tevreden met je loon. Probeer niet met slinkse streken meer te krijgen dan waar je recht op hebt.

Tja, dat zijn aanwijzingen waar wij ook ons voordeel mee kunnen doen, want ach, wij vinden onszelf en ons belang wel eens zwaarder wegen dan het belang van de mensen en dieren waarmee we deze wereld delen.
In feite behoren we tot de 10%  die ruim 80% van de wereldvoorraden opmaken. We staan er maar liever niet bij stil, want dan blijkt dat we niet twee hemden hebben, maar wel twintig. En dat we tig keer zoveel eten als we werkelijk nodig hebben.

Zouden we dan tóch nog tegen elkaar mogen zeggen: verheugt U?
Laten we maar eens lezen wat er verder staat:
Laat uw vriendelijkheid bekend worden aan alle mensen.
Dat zal dan toch een vriendelijkheid metterdaad moeten wezen. Want er staat: De Heer is nabij.
Dat Hij er is, dat Zij de mens nabij is, dat is Gods wezen. Dat zegt de Naam. Ik Ben er.
Maar het betekent ook dat we niet kunnen leven alsof God níet hier en nu is. Alsof we met God niets te maken hebben op de dagen door de week… We zijn God verantwoording schuldig over ons doen en laten.
Maar toch lezen we ook:
Weest over niets bezorgd,-
nee, laten in alles, in aanbidding èn smeking
met dankzegging
uw vragen bekend worden bij God.
Alsof hij Zefanja had gelezen. Ja, natuurlijk heeft hij dat.

We mogen vol vertrouwen met al onze fijne dingen en met al onze moeilijkheden bij onze Vader in de hemel komen, om er over te praten, en we mogen alvast bedanken omdat het wel goed zal komen.

Papa, Mama, weet je… Zo komt een klein kind bij je.
Er op rekenend dat je meeleeft met de kleine vreugden en noden, en dat je zult helpen waar het moeilijk is.
We beginnen met God te danken, en dan kunnen we alles bij Hem kwijt. We zien dat ook in het Onze Vader.
Eerst lof en dank, en dan pas: mag ik alstublieft…

En de vrede van God, die alle denken te boven gaat,
zal uw harten en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.
Dat staat er.
Al ons piekeren, verzinnen, diepzinnig denken, dat zinkt in het niet bij die vrede die je soms mag ervaren, als je werkelijk God vóór laat gaan. Voor alles.
Die vrede houdt onze harten en gedachten dan ook waar ze moeten wezen: in Jezus, de Christus.

En dus moeten we ons maar bezig houden met dingen die waarachtig, eerbiedwaardig, rechtvaardig, ongerept,
liefelijk, welluidend zijn… positieve dingen.
En de dingen in praktijk brengen die onze voorgangers op de weg naar God, mensen als broeder Maarten en broeder Johannes, onze ouders wellicht ook, ons uit de bijbel hebben geleerd.
En de God van de vrede zal met u zijn.

Dat ís wat. Dat is een gelofte.
Immanuel. God met ons.
We leven er naar toe, maar we zijn er ook al middenin.
Verheugt U. Want God is nabij.
Hij is in ons midden.
Laten we ons daarvan bewust zijn in heel ons doen en laten.
De hemel staat ons bij.
God maakt alle dingen nieuw. God maakt alles mogelijk.
Amen.

Orgelspel

Antwoordlied gezang 115: 1 en 2 Die op de toon zat zeide: Nieuw maak ik alle ding... Ik maak ... blinkend van zegening.

Dienst van Gebeden en Gaven

Inzameling van de gaven
Gods goedheid is groot en strekt zich uit tot alle mensen,
   wij mogen daarin delen door te doen zoals Hij:
dag aan dag met vriendelijkheid en aandacht,
genade en geduld…
Nu kunnen we er, als een goed begin, gestalte aan geven in de collecte!
Laten we als oprechte Lutheranen geven als broeder Maarten: gul en zonder voorbehoud.

Dankgebed over de gaven
Heer, wat wij bij elkaar gebracht hebben, is meer dan geld,
wil er ook onze goede wil in zien,
   en onze dank voor Uw liefde.
Zegen  het,
zodat het vrucht draagt in overvloed
-hier en elders-
               om Jezus'  wil.  Amen

Credo:
Ik geloof in God,
            die wilde dat de wereld goed was,
            die mensen en dieren maakte,
            planten en bomen,
            vogels en vissen,        
en er van hield.

Ik geloof in God,
            die als een vader zorgen wil,
            die als een moeder ons omringt.

Ik geloof in Jezus -
            in wie Gods Liefde mens werd,
                        om ons lot te delen
                        ons leven, onze dood,
            die dwars door alles heen
            vast hield aan Zijn Vader -
en angst en dood overwon -
stervend aan het kruis.

Hij ging door de hel,
maar stond óp tot nieuw leven:
            de derde dag.

Ik geloof in de Geest
die Jezus ons zond,
            om ons dichter dan ooit
            bij God te doen zijn.
            Zij bidt en zingt en dankt in ons;
            geeft ons nieuw leven,
in eeuwigheid.

Daarom durven wij geloven
in goedheid, gerechtigheid, trouw....
... in Liefde en toekomst
zelfs voorbij de dood....
... in een kerk, waar mensen zijn
            als één lichaam, dat bestuurd wordt
                        door Jezus, ons Hoofd....
... in een doop, die mensen nieuw maakt...
... in vergeving, in genade en hoop -
voor gewone mensen zoals wij.  Amen.

Laten wij danken en bidden:
Lieve God, machtige God, goede God,
Vader in de Hemel,
Uw Naam moet geheiligd worden,
Om Uw liefde moet die geprezen worden,
door onze daden mag die niet ontwijd worden.
Wij danken U om Uw Koninkrijk dat gekomen is,
en dat elke dag weer komt.
Om Uw Koningschap dat wij verwachten en vieren
met het kerstfeest.
Heer, wij willen Uw wil wel doen, maar we vinden het vaak moeilijk afstand te doen van dat beetje extra zekerheid dat wij niet nodig hebben om in leven te blijven, en dat voor anderen van levensbelang is.
Zelfs de kruimeltjes van onze tafel, we belijden het vol schaamte, gunnen we de velen die op onze brievenbus kloppen niet altijd.
Vergeef ons Heer, en leid ons op de rechte wegen.

Goede God, wij danken U voor vrijheid en vroomheid, voor overvloed en vrede.
Wij danken U voor de jaren hier met elkaar gedeeld onder de vlag met het hart dat klopt voor heel de mensheid in het teken van het kruis.
Wij bidden U voor hen die wij zonder het te willen hebben gekwetst of afgestoten. Vergeef ons.

God van ons leven, die al aan onze verlossing werkt als wij nog niets anders zien dan wanhoop en narigheid, help ons elkaar te vergeven, wanneer de ander ons niet begrijpt zoals U ons begrijpt.
Wij danken U dat U ons redden wilt uit de greep van het kwaad, en wij danken U ook dat wij daarom vragen mogen. Dat U niet van ons verwacht dat wij heldhaftig lijden en zo betere mensen zijn. U kent onze zwakheid, en accepteert die. Help ons dan onszelf te accepteren.
U houdt van ons, zoals we zijn. Dank U wel.
Help ons van onszelf en van elkaar te houden als van geliefde kinderen Gods.

Wij bidden U voor deze wereld.
Met alle pijn en ziekte en armoede,
met alles waar wij wel en niet schuldig aan zijn.
Wij leggen die in Uw hand,
en ontvangen die uit Uw hand, om er voor te zorgen, voorzover wij dat kunnen, op de plaats die U ons geeft.
Wij dragen onze broeders en zusters aan U op,
met wie we binnenkort één huisgezin zullen vormen.
U weet dat we – zoals dat gaat in een gezin – wel eens zullen kibbelen, dat we elkaars goede bedoelingen niet altijd direct zullen herkennen, maar schenk ons de genade dat we altijd met Uw liefdevolle ogen naar elkaar zullen kijken.
Wij bidden U voor onze homo-zusters en broeder.Dat we ze mogen koesteren en van harte zeggen: be gay, wees verheugd, wij zijn blij met je. 
Zo willen we U dienen en loven en eren in eeuwigheid.

Gemeente staat op

Ons slotlied is: Christus gij zijt het licht in ons leven. = Lied 284
Sytze de Vries schreef de tekst. Moge die ons geleiden.
We zingen het niet als een canon, dat komt later wel eens, maar ik stel voor dat we het nu eerst horen spelen door Hans van Rossum, en dat we het daarna tweemaal zingen. En na de zegen ook nog één maal.
 
Uitzending en Zegen
Ga dan op weg naar het Licht en naar elkaar.
De God nu der hope vervulle U met louter vreugde en vrede in Uw geloof,
Hij geve U overvloed aan hoop,
Hij sterke Uw vertrouwen in de zachte krachten die overwinnen:
liefde, barmhartigheid en genade...
door de kracht van Gods Heilige Geest
Amen

Lied 284


En dan drinken we nog eenmaal als Lutherse gemeente koffie.